de grote onder breking

Ze had zich erop verheugd en eraan gebangt tegelijkertijd. Haar besluit om haar echte wereld weer te tonen aan andere mensen, het had enorme schokgolven in het lichaam gebracht via het kunstmensige brein. Hele beeldenreeksen van opgezette werelden werden in haar gepompt in een poging haar te overweldigen, te doen vergeten, te bedwelmen totaan het moment van spreken. Ja, zoveel afleiding zou het geven dat ze vergeten zou dat spreken erover nog bestond, of dat iets anders belangrijker leek. Maar ze was geen kunstmens, niet matig, niet voorgevormd, niet bedacht, niet zeldzaam. Ze was gewoon heel echt, net als zoveel andere mensen die zichzelf echt aan hadden gekeken, al was het maar in een moment. Ze verborg het moment van staan in zichzelf en sleurde het dwars door de drab heen naar de mensen die kwamen voor ditzelfde moment, in hen. Staan, zijn en openen. Mensen vol diepe besluiten over wat het beeld van wereld voor hen nu eigenlijk was en van wat ze uit zichzelf thuis wensten te noemen. Gewoon, omdat het talig echt klonk en ook echt zo was. Dit weten van een hele kosmos werd door een vervreemdende vorm van geestbeheersing constant klem gezet, schaakmat door tijd en taal. Van wat ze zou zeggen, dat wist ze niet precies. Ze probeerde elke vorm van repetitie achterwege te laten, die haar vooraf wilde overhoren en details ontfutselen van haar echte herinnering. Zoiets als herinnering mocht op aarde alleen in fragmenten bestaan en het gaf nooit een echt wereldbeeld. En al helemaal niet heel. Het oogde als een grote in zichzelf verwarde klittenbol, als een planeet zo groot, en die in het oog die langs die verwarring keek alleen maar groter kon worden en sterker. Evolutie van de onbereikbaren.

Kinderen, daar draaide het om in haar gevoel voor leven en voor delen. Het kind als symbool voor de mens die onmondig klem zat in een veel te klein lichaam, eerst in een moederlijf en vervolgens in een eigen lijfje, met de belofte dat ze daar los van zou kunnen raken tot in een soort van volwassenheid. En hoezeer ze ook haar best deed om het systeem die deze belofte deed, te volgen of zich ertegen te verzetten, woord na woord en cijfer na cijfer en beeld na beeld, er kwam geen los. Het oog zag het lijf en de hersenen wel groeien, maar de onmondigheid bleef. Het oog zag het idee van thuis zich wel mee vormen met haar verlangens, maar er vormde zich geen eigen taal rond de gevoelens onder het grote verlangen. Verlangen die zich uitte langs moedeloosheid, roekeloosheid en bandeloosheid en tegelijkertijd het tegenovergestelde ervan  rond een bijna roesachtige vreugde, het hechten aan de persoonlijke identificatie, aan familie, aan een aardse waarheids leer. En alle fragmenten van dat verlangen toonde grote emoties, van boos tot bang, tot verdriet. De leer noemde dat mens-emotie. Zo dobberde ze al levenslang rond in een bootje.. en nergens kwam dan de wal in zicht die haar diepe gevoel voor leven zou laten zien. Ja, er waren wel fragmenten genoeg, van leven in een eigen soort dimensietijd, momenten waarin ze gauw haar pen pakte of haar kwast om er vorm aan te geven. Zo had ze geleerd zichzelf te beschrijven op een eigen manier, die nergens beschreven werd.

En toen kwam dus het moment van het dieper uitspreken ervan in een ontmoeting met een grote groep mensen. Haar leven beschreef veel meer dan een mens die altijd onderwezen zou moeten worden, op welk gebied dan ook maar. Ze herinnerde zich een planeet, een land, een stad waar leven vrij was. Geen sprookje, geen kindzijn, geen plicht tot leren. Niets. Mensen kenden en deelden hun missie, die niet alleen over landsgrenzen ging maar meer over intergalactische uitwisseling tussen vele planeten. O, er was ook oorlog op kosmisch nivo, maar de gebieden die er echt vrij van waren leefden ook echt in vrede. Geen belofte ervan, geen evolutie ernaartoe, het moment van zijn was er vol en rijk. Ze had het hier over menszijn op zijn eeuwigst. Niet het soort hemel die een hel onder zich vond en de aarde ertussenin. Dat hele beeld, dat was niet van haar. En toch zaten ze er met velen in gevangen. De belofte dat nu iedereen gevangengezet zou worden was alleen maar een soort tijdsspelletje om de mens te laten denken op weg te zijn naar iets toekomstigs. Om er los van te kunnen geraken uiteraard. Het hele verhaal was allang uitgelord. De enige manier om het te stoppen was het uitspreken van ieder mens, van wat leven echt ten diepste betekende voor hem als haar. De gevoelens onder het verlangen omhoog halend en in de diepe ruimte van een gezamenrijke inademing het woord teruggeven, de klank en het ritme.

Ze had net een paar zinnen uitgesproken in het opbouwen van de kracht die ze nodig had om zichzelf dieper te openen, toen ze onderbroken werd. Letterlijk. Een mens stapte in taal tussen haar woorden door en verbond ze op eigen wijze aan elkaar, de hare in twijfel trekkend en uit elkaar. De dreun die dat gaf, parkeerde ze zo goed als dat lukte en ze vervolgde haar verhaal. En toch was de toon niet dezelfde. De wezenrijke communicatie tussen mensen die zichzelf willen kennen, raakte verstoord. Ze kon het voelen in het beeld van de plek vanwaar ze sprak, ergens op antarrah, een planeet in het siriaanse eenheidsstelsel, en waar ze diepe verbinding mee kende net voor het moment van de grote kosmische onderbrokenheid. Een moment was ze in de war geweest, het was misschien een seconde, maar even had ze geen woorden, geen taal voor het diepe gevoel die daar aan de oppervlakte kwam. Aangetikt door de onderbrokenheid in haar verhaal. Diepe gevoelens van verscheurdheid, van verdriet en van pijn borrelden later naar boven. Waarom was ze er boos over geweest, waarom had ze niet beter van repliek gediend, had ze er niet om gelachen, ermee gespeeld, waarom.. waarom? Waarom had ze dit schaakmat moment zo vaak meegemaakt in haar leven, telkens als ze wilde gaan spreken over haar diepe gevoelens van thuis? Het was bij bijeenkomsten geweest, in studiegroepen waar ze dan ook gelijk maar weer uitstapte, maar ook als heel jong mens al. Op school bijvoorbeeld , op de gymclub, in vriendengroepjes, in de familiesfeer, in het ziekenhuis als baby. Jonger dan haar herinneringen leken te gaan borrelden er gevoelens op, herinneringen aan de vrije mens die ze was en waarin De Grote Onderbreking als een soort doodsmoment haar intrede deed. Voortaan zou ze sterven van verlangen en later aan verlangen. De pijn die dat had gegeven, om in een soort schakelbestaan terecht te komen, die ze niet goed kon doorgronden, maar waarvan ze al heel vroeg wel vermoedens had dat dit niet haar echte leven was. Die pijn was niet langer goed te overzien. Het kwam en ging langs stukjes, flarden, breisels, hokjes. Het leek allemaal nog ergens op het leven die ze ervoor leefde, maar toch was eigenlijk alles net even anders. Taal, rekenkunde, tijd, geschiedenis legde er laag na laag beelden overheen; de archipel en zijn archetypes. Als een ketting van eilandjes lagen herinneringen gecusterd in haar brein op haar te wachten, tot zij ze zou leven. Haar leven als kinderlijk naïef onmondig mens was eigenlijk vooraf al bekend in de mogelijkheden en keuzes. Ze mocht zich bewust worden van de ketens totaan haar verlangen. Diens emoties reikte aan de onbereikbaarheid van bestaan. En zo moest het blijven. En als ze te dicht bij het zelf kwam en het echte verhaal van Leven, dan werd ze onderbroken. Haar heilig gevoel voor taal, die haar hielp de brug te maken naar haar echte taligheid, ze werd erin ontheiligt in de blik, het oog, die haar bekeek als een leerling, als een zoeker, als een behoeftige, een patiënt, en eigenlijk in alle gevallen .. als een kind.

De mens die onderbroken is, hij onderbreekt de betekenis van het ware zelf. Eerst in de vogelvlucht van de jongheid van het lichaam, en dan langs de rijpheid van de acceptatie, het uiteindelijke akkoord gaan met de opgedrongen wetmatigheid. Onderbreken, die energie toonde zich als een wetmatigheid overal in het aardse leefveld. Het was meer dan een gewoonte, het was een vast gegeven. Je begon ergens heel aan je leven, om dan onderbroken te worden. En daar leerde je van.. werd je hard van.. iets met vallen en opstaan. Onderbreken ging over de juiste taal moeten leren spreken, over gestuurde betekenis geven aan de wereld, over betekenis geven aan de ander, wankelen in ziekte, over roddelen, over hulpvaardig willen zijn en reddend, over beter weten. Het duidde een weg waarin de mens leerde om ergens te komen in de buurt van zichzelf. Dansend om de kern heen. Onderbreken ging over het accuut afsnijden van verbinding, over afleiding, over bijsturen, over dempen en dimmen. Het toonde de ademstop en pauze en even lucht en dan dieper de stop erop. En als je niet meedeed, dan waren er altijd sancties. Al was het maar dat je publiekelijk werd neergezet als een soort afvallige. En het ware verhaal, in haar geval over atarrah, verdween razendsnel naar de achtergrond. Ze had ervoor moeten vechten, om de beelden niet prijs te geven en bij zich te houden. Tot een volgend moment.

Het voelde in haar ergens als een immens levenskoor die immer zong en klankte van leven, en die constant overschreeuwd werd door frequenties die zichzelf voorop toonden, over haar eigen originele betekenis heen. Mensen die op commando leefden in de bewakings-energie van de wijsheid in pacht, wisten vaak niet zoveel. Zelfs al kenden ze de juiste woorden en leerden ze de taal spreken op een geaccepteerde manier, er bleef iets wringen; de collectieve energie onder verlangen werd niet vol geraakt. De krijger was te druk met het beschieten van voorgehouden doelen vol roosbeloftes.

Het niet onderbroken zijn, als leefsfeer, kende geen naam als onder of gebroken of kind of klein. Ze wilde graag dat dit verhaal beschreven werd voor het zelf, voor de mensen die worstelden met de uiterst subtiele veranderingen in gemoed, opgestuwd door taal die eigenlijk wegleidden van het zelf. Groepsgewijs dwars door elke onderbrekingspoging heen de openlegging opeisen, in een gezamenrijke ademhaling die niet stopte of stokte, het was voorbehouden aan de mens die zich niet langer in de hypnotische roep van de groep wenste te begeven. Het leek allemaal zo simpel en veel leek allang beschreven te zijn in deze wereld, maar ze voelde dat dit niet zo was.

De sfeer van vertrouwen, openheid en eenheid die onder elke gebeurtenis aanwezig was, die energie mocht weer naar boven en terug. Er lagen zoveel programmeringen rondom het goed doen voor, het leren aan, het beschermen en redden van, het opleggen tot, het sturen naar. Mensen waren vooral bezig elkaar aan te sturen op aansturing. Dit leek een simpel verhaaltje, een mening, een gewone burger anekdote, maar dat is het zeker niet.

De mens zijn kosmische ononderbrokenheid teruggeven, het was aan henzelf. Zelf voelen van eigen betekenis, kunde, taal en verhaal. Zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de eigen stappen, in alles. Daar begint de aanwezigheid van de mens. Niet in het wijzen naar de rampen, de voorspellingen, de ondergang, de opgang, de leringen, het behoud, het verlies. Als er iets als eerste los mag, is het dat. Het enige dat we verliezen is een tijdslijn die tot op het bot uitgekleed is en voorbereid op al onze gedachten opdat wij erin blijven rondstappen, als onnozele kwakers.

Hoe zou het voelen, om echt vrij te leven
een dag dat niemand je onderbreekt in niets?

een dag dat je alle gedachten aflegt over wat dag in zou moeten houden
is een dag dat je het eigen heft in handen neemt
je alle invloed van buitenaf het raam uitgooit
reist naar de plek waar je altijd al had willen zijn
bent met de mensen die jou zien voor wie je echt bent
zegt wat je altijd al had willen zeggen
en alles geeft aan jezelf, van wat je lang onthouden is

Deze dag, als je hem werkelijk zou leven ..eindigt nooit.
het is het begin van je eigen echte eeuwig leven

moniek

Related Articles

Responses

  1. Lieve Moniek,
    Een besef kwam na het lezen en voelen van jouw woorden.
    Een besef van dat het mijn eigen Wezen is, een buitenaardse, die ik ga ontmoeten. En door mijzelf te ontmoeten in wie ik van oorsprong ben, kan ik alle andere Wezens ontmoeten en zien van wie zij zijn. Want dan pas zijn wij, als aardse, buitenaardse beschavingen…..zonder besmettingen, VRIJ.
    Als wij onze grootsheid erkennen……..
    Liefs xxx

  2. elk woord breekt open in wezenheid en wat er leeft…. elke trilling brengt herkenning… ONDERBROKEN is voor mij zo wezenlijk gebeuren… alsof het onherstelbaar is.
    In jouw schrijvend spreken voel ik tot de kleinste druppel aanwezig. verrukt , ontroerd, de aanwezigheid die doet wenen, om herkenning… vederpenelf zo diep bewegend, dank je wel;