de beeldenvrouw, de beeldenman

een vrouw die dacht en voelde in beelden, beelden die geen gedachten los van gevoelens kende. en geen groen los van mens. ja, zo was zij. ze bezat hier op aarde niets van wezenswaarde behalve haar aandachtig hart en de vrienden die zich daarin konden vinden. ze kon staan als een oeroude boom, vechten als een ware krijger-die niet vecht-, vliegen als een arend, zien als een mier, voeldenken als een vrij genie, zoet genieten als een beer, lachen als een kind en voelen als een vis.. en niets van dat alles vond ze speciaal of bewonderingswaardig. haar levensloop kende geen titel, haar krachten geen aardse namen en haar bevindingen geen cijfers. niet zoals hier. ze kende geen automatische bestemming. ze kon leven zonder dood.

en als ze sprak, dan deelde ze in diezelfde beeldenkracht. haar woorden toonden in samanhang vleugels naar andere werelden. saman-shaman betekende voor haar veiligheid en bescherming vanuit de eigen samen-natuur, de originele kunstklanken van binnenuit zonder metataal. ze beschermde haar beeldtaal en haar taalbeeld beschermde haar. ze raakten elkaar aan, de kosmos tintelde aan haar huid en toonde in zetjes energie en sfeer. zo vormde ze beeld-letter leven in wonderrijke rondingen. ze vertelde graag verhalen over hoe het was om echt mens te zijn, beelden inzettend van haar reizen in daar en verre, universa rond. ze stelde de ware geaardheden van land, lucht, kristal, water, aarde, mensen en wezens voor aan hen, die zo graag weer samen zouden gaan met de wijdse symboliek van het echte volle leven. in elke zin geving trotseerde ze de omklemmende indrukken van het aardse hier, dat in data en vorm zo stug volhardde in een matige uiterst matte aanwezigheid, en waar nauwelijks mee te communiceren viel. het thuis dat niet thuis gaf temidden van een massa mensen die elkaar niet echt wilden zien.

haar beeldkracht, zo groot als een kosmische berg, werd namelijk nogal eens overschaduwd door een energie met de schijn van groen en groot en rond. schijn; een vermomd soort ‘heiligheid’ die zich in de kern toonde als gemis aan lichtkracht, maar o wat vergde dat een grenzeloze helderheid in waarneming, om tot die kern te zien. schijnbeelden, die pardoes voor haar ware beelden werden geplakt. en hoe! beelden die net echt leken, in het begin niet eens van echt te onderscheiden. in den beginnen mocht zij zich niet van het net echte onderscheiden. beelden die haar vertelden wat kunst, – de beweging van het beeld- moest zijn, hoe de beeldopbouw geschiedde en hoe vrij de mens erin mocht bewegen en waar de mens aan zou sterven. het OER behoorde aan de aardse opleiding. OER werd zelfs gespeld als een Onderwijs en ExamenRegeling; de aardse mogelijkheden aan ervaringen beeldenmap spiegelende, waar technologie de basis diende. de mens had dit nog niet eens goed ontdekt op aarde. zonder opleidingsbehoefte, de behoefte aan leiding van buitenaf, mocht ze hier niet binnen en niet aanwezig zijn in aardse sferen. dat was haar toegestane aanwezigheid, de vorm die leiding aanvaardde.

deze in haar ogen archontische ofwel narcotische –bedwelmende- energie leidde haar constant en razendsnel af en al haar hele leven. zo snel, dat ze het vaak niet door had gehad, tot een vreemd gevoel haar telkens overviel; van sturing, van verlangen, van moedeloosheid en van hoop. energie die in haar kern wezensvreemd aanvoelde en die ze vóór haar eigenheid moest voelen. ze verloor in die flits de verbinding met haar eigen OER, de Open Echte Realiteit die zij voor ogen had. andere ogen keken voor haar en naar haar. de valse OER waarneming die collectief regeerde en ieder paar ogen overnam van de mens die even niet zelf keek. de mens die even vergat van zijn eigen OER. de dwingende blik liet haar voelen dat ze helemaal geen echte beeldenvrouw kon zijn. ze keek niet goed, ze had nog veel te leren, ze was niet succesvol genoeg, ze vervormde de realiteit in haar kinderlijke fantasie, ze oogde zwak in een ziekelijk verlangen naar een ander leven. ze verbeeldde en vergrootte het kwaad. ze was overgevoelig. ze had een probleem met leiding, met groepen, met overtuigingen, met spirituele stromingen. ze wilde niet volwassen worden en verantwoordelijkheid nemen. ze keek alleen naar het mooie en negeerde het kwaad. ze riep constant beelden op van de dood, omdat ze daar zelf voor zorgde. omdat ze niet voor het leven zou kiezen, zou niemand veilig bij haar zijn. ze zou hen stuk voor stuk besmetten met haar drama. het was het drama aan opsomming die haar on(der)geschikt bevond, ziek, klein en afgekeurd. situaties tonend als zogenaamde uitweg, waar ze in haar leven letterlijk en veelvuldig in terecht was gekomen, omdat ze erin was gaan geloven. de inbraak was in omvang zo intens geweest, het had zijn sporen achtergelaten in haar. ze was gaan geloven door die inbraak die haar influisterde, dat dit normaal was. dat alle mensen moesten dealen met overmacht. dit was de aarde en dit was de lering, een les, een onderzoek. weer die studie. en het lag allemaal aan haar en bij haar. zij die zo open stond voor echt leven, als kind al zoveel beelden in zich dragend van een weten die zich nergens aan wilde hechten, aan geen enkel systeem, geen opleiding, niks, en toch geloofde ze ergens in als het ging om wat die valse waarneming haar dicteerde en dicteerde, in dag en nacht. er was een verlangen naar het echte OER. dat bleek. ze was tot in de diepte murf geslagen door deze mens mis handeling. dat bleek. en ze bleef staan voor haar eigen gevoel waarin ze nergens naar verlangde of op hoopte en ze bleef daarin openen en delen, ook dat bleek.

het archontische rollenspel wisselde zeer snel van gezicht, vorm en sneller dan de tijd. van een wegkijkende vriend, een op ongezond gedrag wijzende medicus, een bestraffend soort vader tot een corrigerende leraar, een overtuigende politicus, een bemoederende goeroe en als ze dan nog niet hoorde, dan kwamen de duistere kanten des doods naar voren. dan kwamen de gruwelbeelden, soms zelfs in de vorm van een letterlijke mens, die haar en haar dierbaren dood wenste in de meest ver achterlijke scenes. omdat ze niet l u i s t e r d e

de beelden die bij haar opkwamen leken spontaan. het leek langs dezelfde weg te komen als inspiratie. en ze kwamen altijd juist als ze zeer geïnspireerd was. als ze zich voelde als een grote ronde gouden zon die verder scheen dan elke grens. als ze sprak met wezens van buiten de aarde, als ze zich dieper dan diep opende voor haar eigen gevoelsleven, in een zeldzaam mooi moment van verbinding, dan kwamen ze. het voelde alsof ze zelf even vertraagde in een moment van twijfel, voortkomend uit het zogenaamde sociaal gewenst mensanker vol geloof, hoop en liefde, waardoor de valse beelden er in een flits voorsprongen. beelden van deze ‘echte aardse realiteit’ die haar eigen beelden in een flits overschreven. het zag eruit als een soort zeepbel, die letterlijk een realiteit tussen haar en haar gevoel zette. en wie dat deed, soms zag ze bij de randen bewegingen, handen, gezichten. niet fraai, wat zich daar niet wilde tonen. in die zeepbel ging dan een scene spelen die haar uitlokte, die haar uit de tent, uit haar zelf weglokte. precies op ingangen die ze had zoals kind, oneerlijkheid, rechtvaardigheid, leugens, dood. haar waarneming werd overgenomen, de beelden razendsnel verwisseld in een nietsontziende overval die haar deed vallen.

en als ze uit haar vrije verhaallijn viel, en dat gebeurde haar meer dan haar lief was, dan zakte ze in een modderig silhouet van een toneelpersonage; een complexe mix denkwijzen opgetekend in synthetische schrifttekens die haar ook lijfelijk nogal gebrekkig vormden. ze zag er nauwelijks een hand voor ogen. de mens in dit vageveld toonde zich vreemd. wredelijk en onbarmhartig. grotesk opgetekend en opgedoft. en van wat ze nog zag aan beeld wat daaruit dwarrelde, zo vaak betroffen het beelden die haar, haar dierbaren of een mensheid zou treffen. ja, zelfs haar eigen echte wereld werd als weg en onbereikbaar verbeeld. te gruwelijk eigenlijk, om te benoemen dat ze haar eigen dood aan het voorverbeelden was, als in een constante. ze had geen idee wat ze met zichzelf aan moest, behalve dat ze dus in leven diende te blijven. voor wat, zelfs dat was haar niet duidelijk. niet des persoons. ze spraken haar toe over eeuwig verzet tegen de beloofde ontzieling en ondergang, in een nietsontziende karakteristieke woordentoon, die als een hypnosespoor door haar vrije veld heen lag. niets was echt helder, tot ze door dat zelf heenzakte en weer in vrijheid kwam.

als beeld sprong naar gevoel en gevoel naar beeld, dan wist ze altijd weer van deze onterende oorlogsvoering om haar vrije geest. en niets in haar kwam nog tot venijn. ze zou hen geen wapens in handen geven, niet nog meer dan ze al hadden. ze zou dit verstand, deze abstracte onvolledige uitdrukking van geest, ook niet zien als vijand. al dachten ze haar en de haren te imponeren met een ‘slimmer dan een eeuwigheid’ samenvatting, een technologisch soort heelal verbeeldend, die ze niet zouden kunnen weerstaan. daar zou de eeuwigheid eindelijk weer oplichten. de ondergang herrezen. ze zou er eindelijk weer weten wie ze was.

ze bedankte zonder woorden. ze wist al wie ze was en altijd al geweest. in haar vrije lijn vol bronbeelding viel niks te wissen, niks te versterven, niks te overwinnen. ze was thuis met ieder die dit las en zijn ware grootsheid voelde. zij kenden vandaag allen in vrijheid, diep vanbinnen. en voor zover technologie nodig was, leefde het allang in haar. iedere vorm van natuurrijke erkenning vormde en vergrootte leven, zonder enige afbreuk te doen. door levende symbolieken in nieuwe vorm op en uit te bouwen, hervond het leven zichzelf in eigenheid op een steeds dieper nivo. kosmische evolutie straalde in haar kern gouden harmonieus trillend licht, zonder in lering, vastheid of onkunde te vervallen. de verbeelding rondom mens waardige vooruitgang lag echter veelal tussen dimensies in. in de onbeschreven verte, wachtend op het vrije communicatiegevoel zonder verdraaide ikkigheden, die dan tenminste in roem of luxe onderuit zouden willen gaan. de afleiding belichamend, leven na leven. en haar uitgevonden persoonlijke karakter ter opperste misleiding van haar ware innering kon er nooit bij, niet bij haar eigen kern. enkel raken aan haar aardse voorgangers waar het schijnlicht nogal uitgesproken op scheen. zij zijn de weg en het licht, volg hen, doe als hen, wees hen. en juist deze voor-als-na lijn diende ontlijnd te worden. ten diepste. elke vorm van ver-binding diende omgekeerd, ontrandt en teruggedraaid. als een klok waar de wijzers hun wijsheid terugvinden en uit de dans, uit de aardse maat springen en de tijd laten voor wat het is. het is niet waar menszijn over gaat. het is niet waar. leven op zijn sterfst is niet echt. er ontspruiten geen heiligen uit voort. ze had het altijd al geweten.

en zo verhief ze uit alle kracht en wijs na wijzer om zelf te vertellen. te trainen om haar ware focus te hervinden. haar beelden niet meer af te laten nemen, zodat ze tezamen met haar ware buiten aardse aard ook de aardse aard zou kunnen verbeelden zoals het echt was. en niet zoals het moest zijn, leugen na leugen. levend tussen werelden, luisterde ze naar de klank net voor de begintoon van het mooiste lied, keek ze de legende juist voor de vertelling in de ogen, sprong ze voor ze moest vallen, dook ze als ze afwezig en stil moest zijn, bezong ze leven precies voor de eerste gedachte aan sterven, en verwees ze inbrekers zonder pardon naar de dichte deur. ze lachte net voor de grap en ontroestte voor het moment van verwoesting. ze traande zeeën vol leven terug naar huis. ze vond schepping in de frequentie zoals zij het zou voelen, net voordat ze zou moeten zoeken en ze ademde lichtend lucht weer fris voorafgaand aan het vroeger-als-later tijdperk. ze keek de dirigent zijn geoefende punt open en zag de muziek doorgaan net voor het zou stoppen of beginnen. spontaan.

nu. wees het beargumenteerde leven voor. altijd. er is geen fragment die nog tot vallen aan kan zetten, als je bent waar een kind is net voor ze haar eerste woord spreekt en het zichzelf hoort spreken. sta voor de eerste stap, de eerste zoen, de eerste landing, het eerste sterven. net voor de tijd hoorbaar gaat tikken en voor deze zingeving als verzonken mysterie verbeeld wordt.


ze kon dit zo diep voelen. dit is wat de beelden van thuis haar altijd zeiden. ze leefde niet voor het eerst. ze was hier al en groots. ze mocht enkel voor haar lief aangenomen kleinheid leren staan en bewegen. haar beeld, wie ze echt was, huisde er in wezen voor. het toonde haar rechtrijke eigen plek en verhaal. de mens hoeft niet voor het eerst en voor het laatst. ze zijn zo snel in het plakken van beeld op beeld en van gevoel op gevoel. zolang de mensen elkaar klein houden met eerste keren, zouden ze blijven herhalen dat er groeizaken nodig zijn om te leren en af te leren. de spontaan vrije mens, de samenzee, bleef ver-dicht. misschien zouden velen voor de eerste keer ogenschijnlijk hun grootsheid hebben afgelegd. zouden mensen met velen in die eerste keer uitleg trappen.. om erin uit te doven.

ze sprak met de mensen van ooit, met talloze wezens van buiten het aardheelal en schreef een vrij woord pardoes voor haar ingevoegde taligheid uit. de laatst voorspelde wijze verhief ze in innige blik net voor onwijsheid zijn zwaard sabelde. en met haar armen wijd toonde ze de vleugels om de echte beschavingsgeleerden te ontvangen, voordat deze buitenaardsen de toegang werd ontzegt naar ons aardse mensen. de bloem voelen, voor het blad ging krullen. het betekende zoveel als haar tijdelijke karakter in elke verhaallijn voor blijven. telkens weer. om wie ze werkelijk was zou en bleef ze voor het zelf staan.

je als mens niet laten vangen door enige vorm van voorbeschouwing, zodat alle mogelijke momenten intact bleven, toonde de wijsheid van een mens die de eigen zuiverheid nog kon dragen, los van de toegeschoven informatiebronnen. nooit het afvallige laten zetelen in een mens. niet langs eigen voelgedachten. één wereld in beeld. de planeet waarop de mens geschaakt was of er de missie tot vrij schaken kwam volbrengen, waar zich sferen aan gehecht hadden, dit aardebeeld kende in wezen een pure beeldinformatie van een schepper. en geen technocratische beweging leek de stroom vooralsnog te kunnen stoppen. de mens mocht terug naar die beelden. de brug naar andere beschavingen en eigen heiligheid lag erin verborgen. de wreedheid beschreef zichzelf wel. de waarheid moest ontvouwt en terug naar zijn bloesemse bloei. het volle wijdse weten net voor de leugen haar omklemt.. dit beeld beschreef zoals ze ogenrijk keek en bleef kijken, telkens als ze viel. compromisloos. haar gevoel van schepping diep in haar omarmend. ze mocht dan vallen in de gedachten van een slimme schaker, haar eigenheid in creatie behoorde haar. het deed haar net voor de val omdraaien en springen, als ze voelde dat ze wiebelde, tussen de tik en de tak van de neergang. niemand beschreef haar gang, haar beweging en haar stijl als val. ze deed, ze voelde, ze doelde en ze ontwaakte.. zelf. in eigen taal en langs vrij verhaal.

het was niet makkelijk. net zo min als het loslaten van een vertelling, die langs aardse ogen immer een punt nodig had. sommige mensen, de ware verwanten, ze lazen mee en door. open. net voor ze de punt zou zetten en net voordat zij de punt zouden lezen ontmoetten ze elkaar. met hen beleefde ze alweer door. om wat gevoeld mocht worden. en om wat allang gevoeld en verbeeld is. we hoeven alleen maar naar het moment net voor de knop aangetikt werd die dicteerde dat wij dit nooit meer mochten weten. en dan springen.. naar het eeuwig lied zonder het drama van de ver-vals-noot

echte roofvogels .. roven niet

in vrijheid,

moniek

Related Articles

Responses

  1. dank beschermvrouwe van de vrij wevende talen, te verstaan in het het grenzeloos ruime kloppende
    hart~en ~kracht~en ~veld van niemand in het biezonder, waar doorheen licht waaien kan en druppels levenskracht spetteren als badderende mussen, intussen laven we ons in en aan en met het diepe omarmen
    van het spelen zo vrij, zo voorbij het iemand voorstellen, zo dichtbij de kern, ja, de bron als het kind voor het spreekt, totale liefde stralend in openheid, ontvanggevend ogenblik in, aan, voor het geheel, j e a a n